Werkzaamheden die gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende planten en dieren vallen onder de Omgevingswet onder flora- en fauna-activiteiten.
Daarbij geldt een specifieke zorgplicht. Die geldt voor alle wilde planten en dieren, dus niet alleen voor beschermde soorten. Je moet mogelijke negatieve gevolgen van je werkzaamheden zoveel mogelijk voorkomen of beperken.
Voor beschermde soorten gelden daarnaast extra regels. Afhankelijk van de soort en de werkzaamheden kan ecologisch onderzoek of een omgevingsvergunning nodig zijn.
Wat betekent de zorgplicht voor je werk?
De zorgplicht begint vóórdat je aan het werk gaat. Je moet weten of er op een locatie soorten of verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn waarmee je rekening moet houden. Dat betekent niet dat iedere medewerker zelf ecologisch onderzoek uitvoert. Wel moetje binnen je functie weten waar je op moet letten en wanneer je actie moet ondernemen.
Een uitvoerend medewerker moet bijvoorbeeld een ecologische werkinstructie kunnen volgen en bijzonderheden herkennen. Een voorman, beheerder of werkvoorbereider moet daarnaast weten hoe werkzaamheden worden voorbereid, aangepast en afgestemd.
Het broedseizoen in de praktijk
Voor het broedseizoen geldt geen vaste wettelijke periode. Het gaat erom of er daadwerkelijk broedende vogels of nesten aanwezig zijn. Dat betekent dat je ook buitende bekende broedperiode alert moet blijven. Sommige vogelsoorten beginnen vroeg met broeden, andere juist later. Daarnaast zijn nesten van bepaalde soorten jaarrond beschermd.
Een natuurkalender kan helpen bij de planning, maar de situatie buiten blijft bepalend. Zie je nestbouw, alarmerende vogels of een nest dat nog niet bekend was? Dan moet je beoordelen of het werk kan doorgaan of moet worden aangepast.
Soortenkennis helpt je om op tijd te handelen
Je hoeft niet iedere soort te herkennen. Wel moet je weten welke planten en dieren je tijdens jouw werk kunt tegenkomen en welke signalen belangrijk zijn.
Denk bijvoorbeeld aan nesten in struiken, holtes in bomen, verblijfplaatsen van vleermuizen of groeiplaatsen van beschermde planten. Als je zulke signalen op tijd herkent, kun je eerder bepalen wat nodig is. Dat voorkomt dat werkzaamheden halverwege moeten worden stilgelegd of dat beschermde soorten onbedoeld worden verstoord.
Werken volgens een gedragscode
Bij bepaalde terugkerende werkzaamheden kan gebruik worden gemaakt van een goedgekeurde gedragscode. Daarin staat hoe je rekening houdt met beschermde soorten en welke werkwijze je moet volgen.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat je werkzaamheden op een ander moment uitvoert, delen van een terrein tijdelijk ongemoeid laat of aanvullende maatregelen neemt. Het is daarom belangrijk dat medewerkers niet alleen een werkinstructie krijgen, maar ook begrijpen wat die instructie voor hun werk betekent.
Welke NbO-cursus past bij jouw functie?
Aeres Training Centre biedt Natuurbescherming binnen de Omgevingswet (NbO) op verschillende niveaus aan.
- Niveau Start is bedoeld voor medewerkers die werken volgens ecologische plannen en werkinstructies.
- Niveau 1 richt zich op uitvoerende medewerkers en medewerkende voormannen.
Je leert onder andere soorten en verblijfplaatsen herkennen en werkinstructies toepassen. - Niveau 2 is bedoeld voor onder meer voormannen, uitvoerders, beheerders en opzichters die werkzaamheden coördineren en medewerkers instrueren.
- Niveau 3 richt zich op onder andere projectleiders en werkvoorbereiders die natuurbescherming meenemen in voorbereiding, planning en uitvoering.
Tijdens de cursussen komen wet- en regelgeving, gedragscodes, soortenkennis en praktijksituaties aan bod. Je leert vooral wat je binnen jouw functie moet weten en hoe je die kennis toepast in het dagelijkse werk.